Scopenote(nl-BE): Participatie-architectuur heeft geen gemeenschappelijke stilistische kenmerken, omdat het om het proces van ontwerpen en bouwen gaat. Meestal echter herken je participatie-architectuur aan variatie, kleinschaligheid, warme materialen, flexibiliteit, en een ‘menselijke’ schaal – als reactie op de anonieme grootschaligheid en uniformiteit van het modernisme. Ook plattegronden en gevelindelingen vertonen vaak veel variatie, door aanpasbaarheid en keuzemogelijkheden voor bewoners.
De participatiebeweging in de architectuur ontstond vanaf eind jaren 1960, in een periode van maatschappelijke verandering waarin burgers meer inspraak eisten in hun leefomgeving. Architecten en stedenbouwkundigen experimenteerden met nieuwe vormen van democratische ontwerp- en bouwprocessen, waarbij gebruikers actief betrokken werden om het ontwerp beter te laten aansluiten op hun noden. Participatie werd meestal toegepast in stadsvernieuwing, collectieve woonvormen of publieke ruimte en voorzieningen. De term verwijst zowel naar het bouw- en ontwerpproces als naar de ruimtelijke en architecturale uitwerking die hieruit voortvloeide. In België is Lucien Kroll de meest bekende vertegenwoordiger. (eind 1960-1980)
Note(nl-BE): De inventaris Onroerend Erfgoed rekent ook bewuste zelfbouw onder participatie-architectuur (‘architectuur-zonder-architecten’).